Background Image

Dossiers: personeel, werk, sociale economie en landbouw

Ziekteverzuim bij stadspersoneel: voor het eerst in jaren dalende trend
Personeel

Ziekteverzuim bij stadspersoneel: voor het eerst in jaren dalende trend


In 2017 bedroeg het ziekteverzuim bij het stadspersoneel 8,31%. Na een jarenlange stijging, is er een merkbare kentering ingezet, zo blijkt uit de recentste cijfers. Opvallende cijfers: het totale aantal ziektedagen daalde van 36630 naar 35096. Er is een opmerkelijke daling bij de groep ambtenaren tussen 50 en 60 jaar, waar het aantal afwezigheden wegens ziekte of ongeval daalde van 16516 in 2016 naar 15584 in 2017. Verder is 30% van de werknemers nooit ziek, een cijfer dat weliswaar al 3% beter is dan in 2016 maar toch nog mager uitvalt vergeleken met de privésector waar 54% van de werknemers nooit ziek is.

We hebben de voorbije tijd hard gewerkt aan een positief aanwezigheidsbeleid, dat zowel een proactief als een reactief luik heeft. Bovendien hebben we sterk geïnvesteerd in goede werkomstandigheden voor onze medewerkers. Daarnaast wilde ik ook een strakkere opvolging en een instrument om dit te doen. Dankzij samenwerking tussen de dienst Personeel en Organisatie en onze recent in dienst genomen dataminer, kunnen we verfijnder tellen en onze diensten regelmatiger voorzien van cijfers.

Het dalende cijfer maakt duidelijk dat onze inspanningen vruchten beginnen op te leveren.

 


BEDRIJFSBEZOEK: MARINE HARVEST PIETERS
Tewerkstelling

BEDRIJFSBEZOEK: MARINE HARVEST PIETERS



Brugge heeft gedreven ondernemers, dat kon ik eens te meer vaststellen bij mijn bezoek aan Marine Harvest Pieters. Het van oorsprong Brugse visbedrijf is een gevestigde naam in onze stad, en een van de grotere spelers op de markt van voorverpakte vis in België en Nederland. Met zijn 270 werknemers, waarvan ongeveer de helft arbeiders, is het bovendien een belangrijke werkgever in Brugge.
Ik vond het bijzonder aangenaam te horen dat men ook in dit beursgenoteerde bedrijf wil inzetten op duurzaam ondernemen: alle aspecten van het productieproces worden hierop getoetst, tot het gebruikte verpakkingsmateriaal toe.
Als schepen van tewerkstelling ben ik heel trots op deze grote Brugse speler op de internationale markt!


OOK OP ZATERDAG INZET VOOR EEN PROPER EN ONKRUIDVRIJ BRUGGE
Personeel

OOK OP ZATERDAG INZET VOOR EEN PROPER EN ONKRUIDVRIJ BRUGGE



In de gemeenteraad van 27 juni hebben we beslist dat de 150 groen-medewerkers van onze stad vanaf nu ook op zaterdag aan het werk kunnen om Brugge onkruidvrij te houden. Van april tot november zult u dus 6 dagen op 7 stadsmedewerkers op straat aan het werk kunnen zien.

Deze wijziging past in het flex-werken dat Stad Brugge invoert, waarbij we onze dienstverlening in elke situatie op het juiste moment en op de juiste plaats willen inzetten, ten dienste van de Bruggeling.


PERSTEKST: ABSENTEÏSMECIJFERS STAD BRUGGE 2017
Personeel

PERSTEKST: ABSENTEÏSMECIJFERS STAD BRUGGE 2017


In 2017 bedroeg het ziekteverzuim bij het stadspersoneel 8,31 %. Na een jarenlang aangehouden stijging, is er een merkbare kentering ingezet, zo blijkt uit de recentste cijfers. De grootste daling doet zich voor in de middellange afwezigheden, die dalen met bijna 20%. Het aantal personeelsleden van het stadsbestuur bleef – met 1519 medewerkers - nagenoeg gelijk ten opzichte van 2016.

Stad Brugge schakelde voor de rapportering van het ziekteverzuim de in juni 2017 aangeworven Specialist Datamining in. Sinds eind januari 2018 is deze rapportering ook klaar. Resultaat is een uitgebreide en automatische rapportering op basis van de registratie van de ziektebriefjes in de HR-software. Gevolg is dat de berekende cijfers niet alleen veel uitgebreider zijn, maar ook een stuk accurater.

De grootste daling is te situeren in het kort en middellang verzuim. Deze afwezigheden zijn zeer belastend voor de diensten, omdat vervanging dan niet altijd mogelijk is, en de extra werklast op de collega’s terechtkomt. Een daling is dan ook extra goed nieuws voor de kwaliteit van de dienstverlening.

Nog opmerkelijke dalers zijn de groep ambtenaren tussen 50 en 60 jaar, waar het aantal dagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval daalde van 16516 in 2016 naar 15584 in 2017.

Schepen van Personeel Minou Esquenet is tevreden met de trendbreuk, én met de nieuwe en accurate manier van registreren. Ook wil ze in 2018 volop verder inzetten op een positief aanwezigheidsbeleid. De cijfers zijn immers nog altijd voor verbetering vatbaar. Zo is bijvoorbeeld 30% van de medewerkers nooit ziek, een cijfer dat weliswaar al meer dan 3% beter is dan in 2016, maar dat mager uitvalt vergeleken met de privésector waar 54% van de werknemers nooit ziek is.

Schepen Minou Esquenet:

‘Een sterke en hedendaagse organisatie staat of valt met gezonde en dynamische medewerkers. Ze moeten zowel fysiek als mentaal goed in hun vel zitten, je moet als werkgever dus kijken naar het volledige facet van de mens. Dat is de combinatie die we proberen te maken, voor al onze medewerkers. Daarnaast geloof ik heel sterk in de kracht en het belang van goede leidinggevenden, daarom besloten we ook stevig te investeren in leiderschapstrajecten. Ten slotte wilde ik een strakkere opvolging én een instrument om dit te doen. Dankzij samenwerking tussen P&O en onze recent in dienst genomen dataminer, zal ik 6-maandelijks kunnen rapporteren over deze cijfers. Ook zullen we maandelijks elke dienst voorzien van cijfers, wat de leidinggevende moet helpen beter in te spelen op eventuele problemen. Ik voel me sterk gesteund door deze eerste kentering in onze ziekteverzuimcijfers. We tellen verfijnder en de cijfers dalen. Goed meten is het begin van elk goed beleid. De trendbreuk maakt in elk geval duidelijk dat onze inspanningen vruchten beginnen op te leveren.’

Een andere pijler van het positief aanwezigheidsbeleid is het actieplan rond aanwezigheden, dat in 2018 volledig ontplooid wordt.

Het plan bestaat uit vier grote pijlers. Het eerste luik is preventief: voorkomen is beter dan genezen. Daarom nemen we acties voor een gezonde voeding in een gezond lichaam. We nemen sportinitiatieven en communiceren over een gezonde levensstijl. Ook zetten we in op leiderschapsontwikkeling, en zijn we volop bezig met een betere loopbaanbegeleiding voor al onze medewerkers. Een Netwerk van Vertrouwenspersonen moet ervoor zorgen dat iedereen met zorgen ergens terecht kan. Daarnaast hebben we voor de uitwerking van het preventief beleid een consulent psychosociaal welzijn aangeworven. Deze maakt deel uit van het onafhankelijke IDPBW (Interne Dienst Preventie en Bescherming op het Werk) en is ook in eerste lijn beschikbaar om zowel medewerkers individueel als diensten en teams te begeleiden.

Een tweede pijler is de aanpak van grijs en zwart verzuim (onterechte afwezigheid). We drijven het toezicht op de naleving van procedures op, gaan gericht controleren, maar laten dit gepaard gaan met zorggesprekken om te achterhalen waarom iemand onterecht thuis blijft.

Een derde aanpak gaat over acties rond wit verzuim (effectieve afwezigheid). Met al onze zieken proberen we contact te houden via mail, telefoon of een kaartje. Bij terugkeer na langdurige ziekte willen we meer zorg besteden aan gesprek en zorg voor de risico’s bij werkhervatting.

‘4,3% van onze medewerkers zijn langdurig ziek, langer dan een jaar dus. Het zijn de enige cijfers die gestegen zijn, en ze zijn dus niet goed. We weten als werkgever niet altijd om welke ziekte het gaat, maar weten wel dat ook bij ons het aantal gevallen van burn-out toeneemt. Een burn-out volgt bijna altijd uit een combinatie van fysieke en psychische factoren. We willen in de toekomst ook hierrond graag preventief werken, en risicopersonen detecteren om hen zo vroeger te kunnen helpen.”

Tenslotte focussen we ook op diensten met hoger dan gemiddelde verzuimcijfers, door gerichte werkdrukmeting en risico-analyse. Uit de combinatie van beide observaties volgt dan een aanpak op maat van de dienst in kwestie.

Schepen Esquenet:

‘We werden de voorbije jaren geconfronteerd met steeds stijgende ziekteverzuimcijfers, dus we moesten wel ingrijpen. We hebben de voorbije tijd dan ook hard gewerkt aan een positief aanwezigheidsbeleid, dat zowel een pro-actief als een reactief luikt heeft. Bovendien hebben we sterk geïnvesteerd in goede werkomstandigheden voor onze medewerkers: door de mogelijkheden van flexwerk en telewerk willen we kansen geven om de work-life balans beter te maken, we nemen gerichte sportinitiatieven, en zetten via diverse acties aan om meer te bewegen. Ook initiatieven zoals een verbeterde regeling voor de fietsvergoeding spelen een rol bij het welbevinden van de medewerkers, en onrechtstreeks bij de ziektecijfers. We moeten allemaal langer werken, dus moeten we dat ook mogelijk én leefbaar maken. Ons doel is dat medewerkers graag komen werken en dat ze bij twijfel kiezen om aanwezig te zijn.’


PERSTEKST: Stagebeleid stad Brugge
Tewerkstelling

PERSTEKST: Stagebeleid stad Brugge


De stad Brugge investeert in constant leerbeleid. Daartoe werd een heus stagebeleid opgezet: dit schooljaar zijn maar liefst 53 stageplaatsen toegekend bij de stad. Er werden ook raamovereenkomsten gesloten met Universiteit Gent, Vives en de Centra voor Volwassenenonderwijs. Daarnaast is er bij Musea Brugge een actief ondersteuningsbeleid voor jonge internationale onderzoekers.

“Studeren en tegelijk werkervaring opdoen zijn in onze samenleving steeds belangrijker. Ook als stadsbestuur dragen wij graag ons steentje bij in deze evolutie: door de grootte en de grote diversiteit van onze organisatie hebben wij heel wat praktijkervaringen te bieden voor studenten of jong afgestudeerden. Door zelf mee te werken op de werkvloer en mee hun schouders te zetten onder concrete projecten, zijn ze sterker gewapend om nadien op de arbeidsmarkt aan de slag te kunnen.” Schepen Minou Esquenet

Recent werd het stagebeleid in de stad sterk geactiveerd en geactualiseerd:

  1. Klassieke schoolstages of hoger onderwijs-stages: hiervan zijn er dit schooljaar al 53 stageplaatsen toegekend. Zo zullen er dit jaar 13 scholieren van het VTI die 25 dagen stage lopen in het Cultuurcentrum om ervaring op te doen in podiumtechnieken. Acht leerlingen van de land- en tuinbouwscholen doen praktijkervaring op bij onze Groendienst. Bij de Preventiedienst gaan 7 studenten sociaal werk en criminologie aan de slag. Er zijn ook stagiairs actief bij de Gebouwendienst, het Kostuumatelier, het stadslabo, dienst Communicatie & Citymarketing, de Jeugddienst, de Wegendienst en Musea Brugge.
  1. Eind 2017 besloot Stad Brugge een aantal raamovereenkomsten af te sluiten, voor een meer structurele stagesamenwerking met een aantal organisaties. Concreet zijn twee overeenkomsten gesloten:
  • een overeenkomst met de Universiteit Gent, die studenten Archeologie toelaat om stage te lopen bij de Erfgoedcel van de stad.
  • een overeenkomst met Vives en de CVO’s om studenten van de lerarenopleiding stage te laten lopen bij een stadsdienst

2 mooie voorbeelden van een sterk en hedendaags stagebeleid vinden we bij de Erfgoedcel en bij de Musea Brugge:

Erfgoedcel Brugge is een aanspreek- en aanknopingspunt voor alle Brugse organisaties die aan de slag willen met hun cultureel erfgoed (roerend en immaterieel). De erfgoedcel beheert zelf geen collecties, maar staat lokale actoren bij in de verdere zorg voor en ontsluiting van hun cultureel erfgoed. Het 4-koppig team van Erfgoedcel Brugge begeleidt jaarlijks minstens één stagiair voor een langere periode (3 tot 6 maanden), en dit vanuit diverse richtingen (cultuurmanagement, socio-culturele studies …). Momenteel loopt voor het eerst een Bio-stage. (Een BeroepsInlevingsOvereenkomst wil personen die een werkloosheidsuitkering ontvangen via een opleidingsplan-op-maat sterker maken om nadien zelf op de arbeidsmarkt hun kansen te wagen.) De huidige Bio-stagiair is een recent afgestudeerde Doctor in de Archeologie, die mee verantwoordelijk is voor de organisatie van het jaarlijkse Erfgoeddag-weekend (21 & 22 april ’18), waarbij projectbegeleiding, communicatie en eventcoördinatie hand in hand gaan.

Musea Brugge staat voor de 14 stedelijke musea die Brugge rijk is. Als grote museale instelling zet deze dienst bewust in op een actief ondersteuningsbeleid voor jonge (internationale) onderzoekers. Zo werd voor studenten kunstwetenschappen een aparte stage-procedure ontwikkeld, waarbij zij zich kunnen aanmelden via een selectieprocedure. Het betreft stages van drie tot zes maanden, telkens gekoppeld aan een concreet onderzoeksaanbod vanuit Musea Brugge. Via deze stages krijgen gemotiveerde (inter)nationale kunsthistorici de kans om hun eerste stappen te zetten in de museumpraktijk.

Daarnaast wordt via de Musea Brugge Research School aan 12 masterstudenten van verschillende universiteiten aangeboden twee maal drie dagen na elkaar kennis te maken met diverse aspecten van de museale werking, en dit via lezingen, ontmoetingen en concrete opdrachten.

Momenteel is een internationale studente actief, ze werkt mee aan de voorbereiding van de belangrijke aankomende tentoonstelling ‘Haute lecture’.

Schepen Esquenet:

‘Een stadsbestuur moet zorgen voor een optimale dienstverlening voor zijn stadsbewoners. Dat is de kern van de zaak. Door ons stagebeleid bereiken we een dubbel doel. Enerzijds bieden we onze stagiairs de mogelijkheid een leerzame stage te lopen waar ook hun opleiding de vruchten van plukt, en ze wellicht later beter gewapend de arbeidsmarkt opkunnen. Anderzijds houden we op deze manier ook de vinger aan de pols: wie stage doet brengt ervaringen mee, kijkt met een andere blik naar onze werking, brengt nieuwe tendensen uit zijn of haar opleiding aan. Ik ben ervan overtuigd dat onze nieuwe samenwerkingsverbanden met de Universiteit Gent en Vives die wederzijdse meerwaarde nu verder zullen verankeren, en een stimulans zullen zijn voor meer dergelijke overeenkomsten.’


PERSTEKST: Oprichting Interlokale Vereniging voor Wijk-werken regio Brugge - 29/11/2017 - Brugge
Sociale Economie

PERSTEKST: Oprichting Interlokale Vereniging voor Wijk-werken regio Brugge - 29/11/2017 - Brugge


Wijk-werken vervangt PWA vanaf 1/01/2018
Het PWA-stelsel (Plaatselijk WerkgelegenheidsAgentschap) houdt op te bestaan op 31 december 2017 en wordt vanaf 1 januari 2018 vervangen door wijk-werken. 
Voor de gebruiker zal er niet veel veranderen. Wie vanaf 1 januari een beroep wil doen op een wijk-werker, dient zich bij te registreren op het nieuwe e-platform en kan dan de activiteit doorgeven waarvoor een wijk-werker wordt gevraagd. Alle gebruikers en activiteiten die in aanmerking komen voor wijk-werken liggen vast en zijn te raadplegen op de site van de VDAB. 
Naast de gemeente en het OCMW kunnen ook privé-personen, onderwijsinstellingen, land- en tuinbouwbedrijven en niet-commerciële verenigingen klusjes laten uitvoeren door wijk-werkers. Wijk-werkers worden per uur vergoed door middel van wijk-werk-cheques. De prijs voor een wijk-werkcheque bedraagt voor alle gebruikers uit de Brugse regio € 7,45. 
Het principe van wijk-werken lijkt dus sterk op dat van de PWA-werking. De grote lijnen van PWA worden behouden zoals de aard van de activiteiten die uitgevoerd kunnen worden, wie wijk-werkers kan inzetten voor welke klusjes,  het betalingssysteem met cheques, …. 
Wijk-werken maakt deel uit  van een traject naar betaald werk. Onze werkzoekenden worden begeleid door VDAB of het OCMW.
 Wijk-Up
Voor de Brugse regio hebben 10 lokale besturen (Blankenberge, Beernem, Brugge, Damme, Jabbeke, Knokke-Heist, Oostkamp, Torhout, Zedelgem en Zuienkerke) besloten de krachten te bundelen om samen een wijk-werkorganisatie op te richten. Het nieuwe samenwerkingsverband krijgt de naam Wijk-Up en de stad Brugge zal fungeren als beherende gemeente. Er zal nauw samengewerkt worden tussen de verschillende gemeenten én met de VDAB en het OCMW. 
De VDAB zet voor de Brugse regio 5 wijk-werkbemiddelaars in. Zij zullen vooral instaan voor het matchen van de vragen van de gebruikers met de beschikbare wijk-werkers. Er zullen ook in de deelnemende gemeenten zitdagen georganiseerd worden.
Wie vragen heeft over wijk-werken kan alvast veel antwoorden terugvinden op de website van VDAB, www.vdab.be/wijk-werken, of telefonisch op het nummer 050/44.04.86. U kan ook steeds terecht in de Werkwinkel van Brugge voor meer info.
Wijk-Up staat klaar om vanaf 2 januari wijk-werken te organiseren in de Brugse regio!


PERSTEKST: Europese subsidie voor project 'Brugge(n) voor jongeren WERKT!'
Tewerkstelling

PERSTEKST: Europese subsidie voor project 'Brugge(n) voor jongeren WERKT!'


Onlangs diende Stad Brugge een dossier in binnen het ESF (Europees Sociaal Fonds) in de categorie “Begeleiding van maatschappelijk kwetsbare groepen”. Eind september kreeg het stadsbestuur nieuws dat het ingediende project ‘Brugge(n) voor jongeren WERKT!’ goedgekeurd werd. Voor dit project krijgt de Stad Brugge van ESF 39.177 euro, het Vlaamse cofinancieringsfonds neemt 39.177 euro op en de dienst Werkgelegenheid van de Stad voorziet een eigen inbreng van  20.000 euro.
 
Het project zet een samenwerking op tussen verschillende begeleiders van kwetsbare jongeren, met als focus 'de weg naar de arbeidsmarkt'.  De doelgroep zijn jongeren van 18 tot 25 jaar die moeilijk of nauwelijks stappen zetten richting werk. Deze kwetsbare jongeren liggen de Stad na aan het hart. 
 
De jury van het ESF vond dit de sterke punten van het Brugse project: “Pluspunten zijn de vertrouwenspersoon, de integrale begeleiding en diverse partners, aandacht voor het individu en de multiproblematiek waarmee kwetsbare jongeren kampen. Het is een zeer sterk projectvoorstel, gedragen door een zeer sterk partnerschap. Het partnerschap overtuigt in expertise en ervaring in het begeleiden van personen uit kwetsbare groepen.”
 
De organisatie Brugge(n) voor jongeren (www.bruggenvoorjongeren.be ) is een samenwerking tussen de Stad Brugge, het OCMW Brugge en het CAW Noord-West-Vlaanderen, met medewerking van alle lokale partners die actief zijn met en voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Een jongere krijgt één coach doorheen het hele traject naar werk. Het gaat om twee medewerkers van LOGIN en Groep Intro. Deze coach bespreekt de contactketenlijst en het dashboard van de jongere tijdens maandelijkse rondetafels met alle partners, onder begeleiding van VDAB en stuurt bij waar nodig. Deze geïntegreerde aanpak garandeert persoonlijk maatwerk en een grotere kans op succes. “Bovendien willen we met dit project het aantal ondernemingen dat jongeren kan begeleiden, uitbreiden door een vergoedingssysteem aan te bieden voor hun begeleiding”, zegt Burgemeester Renaat Landuyt.
 
Schepen Minou Esquenet: “Nadat we vorig jaar al hard ingezet hebben op de jongerenwerkloosheid en na een gesmaakte infomarkt over de 1.048 vacatures in de haven van Zeebrugge, ben ik trots dat onze dienst werkgelegenheid de kans krijgt om een 30-tal jongeren tussen 18 en 25 jaar intensief te laten coachen richting werk, dit door specialisten in hun vak. Alle actoren die met kwetsbare jongeren werken, trekken hier aan hetzelfde zeel en zo krijgt het Brugse tewerkstellingsbeleid de Europese steun die ze verdient.”
 
“Stad Brugge is projectpartner in verschillende Europese projecten en ontvangt hiervoor subsidies. Dankzij deze middelen kunnen we als organisatie extra inzetten op onder andere innovatie, duurzaamheid en inclusie. De stadsdiensten werken hiervoor nauw samen met de Europese cel”, aldus nog Burgemeester Renaat Landuyt.


PERSTEKST: Brugse landbouwers vooral getroffen door droogte van het voorjaar
Landbouw

PERSTEKST: Brugse landbouwers vooral getroffen door droogte van het voorjaar


De Vlaamse regering erkende maandag de uitzonderlijke nachtvorst en de voorjaarsdroogte van 2017 als landbouwrampen. Een landbouwramp is een ramp ten gevolge van een natuurverschijnsel met een uitzonderlijk karakter (maximaal 1 keer op 20 jaar voorkomend) waarbij er alleen schade is aan landbouwteelten, terwijl van een natuurramp sprake is wanneer landbouwers én ook andere burgers getroffen zijn.

Voor de Brugse landbouwers is dit goed nieuws. De erkenning zorgt ervoor dat landbouwers die hun geleden schade kunnen aantonen en aan de nodige voorwaarden voldoen, een vergoeding zullen krijgen.

De vaststelling van de schade kan gebeuren door een schattingscommissie, die uitgestuurd wordt door de stad of gemeente waarop de gronden gelegen zijn. Zij stelt de geleden schade in twee stappen vast: een eerste keer zeer kort na het klimatologisch evenement dat de schade veroorzaakte en een tweede keer zo kort mogelijk voor de oogst.

De resultaten van die schattingscommissies tonen aan dat 27 van de 150 landbouwers op Brugs grondgebied getroffen werden, zo’n 20% dus. De totale getroffen oppervlakte bedraagt 516,84 hectare.

Getroffen teelt

Getroffen oppervlakte (in hectare)

grasland/weiland

195,53

maïs (silo-, dors-)

107,77

aardappelen (vroege)

89,69

wintertarwe

43,66

vlas

19,46

gerst (zomer-, winter-)

14,82

graszaad

13,39

erwten

9,97

voederbieten

7,99

suikerbieten

7,95

preiplanten

2,42

paardenbonen

2,15

grasklaver

2,04

 

De droogte van april, mei en juni 2017 trof in Brugge vooral de teelten van grasland, maïs en aardappelen. De vrieskou in het voorjaar trof vooral de teelt van preiplanten.

Schepen Esquenet: ‘Als schepen van Landbouw ben ik zeer blij met de erkenning van deze uitzonderlijke omstandigheden als landbouwramp. Ik ben meermaals met schattingscommissies de velden opgegaan en heb met eigen ogen kunnen vaststellen dat de gevolgen van de extreme weersomstandigheden verregaand waren: meer dan 500 hectaren zijn aangetast.

Het is goed dat de Vlaamse regering ons nu helpt bij het ondersteunen van onze landbouwers. Zij zorgen voor het voedsel op onze tafels, ze verdienen dan ook structurele ondersteuning, ook buiten rampscenario’s om. Ik ben op het Brugse niveau samen met de landbouwers aan het werken aan initiatieven die hun werking maximaal kunnen boosten. Kwaliteitsproducten van eigen bodem via korte keten tot bij de Bruggeling brengen is het hoofddoel.’