Background Image

Dossiers: Klimaat, Energie, Milieubeleid, Smart City en Facilitair Beheer

<strong>Persbericht: Stad Brugge roept personeel op om deel te nemen aan Dikketruiendag</strong>
Klimaat, Energie, Milieubeleid

Persbericht: Stad Brugge roept personeel op om deel te nemen aan Dikketruiendag


Op dinsdag 12 februari 2019 vindt de 15de editie plaats van Dikketruiendag, een klimaatactie georganiseerd door de Vlaamse Overheid met als thema ‘de klimaatflandriens’. Met deze term worden de Vlamingen bedoeld die elke dag door weer en wind naar het werk fietsen.

Met deze actie is het de bedoeling om meer personeelsleden voor woonwerk-verkeer of dienstverplaatsingen op de fiets te krijgen, met naast klimaat ook aandacht voor het ‘gezond fietsen’ (fijnstof problematiek) en het ‘veilig fietsen’ (veilige route). Ook Stad Brugge engageert zich om deel te nemen aan deze actie.

Al 54% van het stadspersoneel van Stad Brugge komt nu al met de fiets naar het werk. Deze verplaatsingen zijn goed voor 7.458 km per dag en een reductie van 472 ton CO2 per jaar.

Stad Brugge wil echter nog beter doen. Onder het moto “samen op de fiets voor het klimaat” gaat ze de uitdaging aan om op 12 februari een afstand van 8.650 km te fietsen, de afstand in vogelvlucht tussen Brugge en de Noordpool heen en terug.

Schepen voor klimaat Minou Esquenet, die zelf al haar verplaatsingen in de binnenstad met haar fiets maakt: “We hopen dat dankzij deze actie nog meer medewerkers de auto aan de kant laten staan en zich met de fiets naar het werk begeven. Als stad moeten we het goede voorbeeld geven, bijvoorbeeld door ons personeel te motiveren om voor duurzame mobiliteit te kiezen. Op termijn willen we van Brugge een klimaatrobuuste stad maken. Steden zijn verantwoordelijk voor 70 procent van de mondiale CO2-emissies. Als steden ‘aanjagers’ van het klimaatprobleem zijn, vormen zij ook een groot deel van de oplossing. Het is dan ook belangrijk dat we op zoek gaan naar lokale mogelijkheden om van onze stad een veerkrachtige duurzame stad te maken. Een onderdeel hiervan is dat we als stadsbestuur blijven investeren in nieuwe fietsinfrastructuur, schoolstraten, deelmobiliteit, randparkings, … en ook deelnemen aan acties zoals Dikketruiendag.”


<strong>Persbericht:  Project Vlinder - Brugse scholen bouwen zelf weerstations</strong>
Klimaat, Energie, Milieubeleid

Persbericht:  Project Vlinder - Brugse scholen bouwen zelf weerstations


Minou Esquenet, schepen voor klimaat en energie, milieubeleid, smart city en facilitair beheer, nodigt alle Brugse secundaire scholen uit om mee te werken aan Vlinder, een wetenschappelijk project van de Universiteit Gent. Vlinder wil een netwerk van vijftig weerstations in Vlaanderen en Brussel opzetten en op die manier een beter zicht krijgen op de link tussen de omgeving en het weer.

Schepen Minou Esquenet: “De leerlingen mogen zelf een professioneel weerstation bouwen waarmee vanaf december minstens een jaar lang temperatuur, luchtvochtigheid, neerslag en windsterkte worden gemeten. Dat gebeurt op zo veel mogelijk verschillende locaties. Ik denk hierbij aan dichtbebouwde stadscentra, meer open buitenwijken, parken, bossen, (industrie)terreinen met sterk verharde ondergrond … De scholieren voeren zelf analyses uit op de data, er zijn lespakketten over weer en klimaat ter beschikking, er worden events georganiseerd, en nog veel meer. Het project is vooral bedoeld voor de tweede en derde graad.”

Scholen die willen meewerken aan dit wetenschappelijk onderzoek, vinden alle info op www.vlinder.ugent.be. Inschrijven kan tot eind april 2019.

Stad Brugge helpt de Brugse secundaire scholen meezoeken naar een geschikte plek om het weerstation te plaatsen. Dit hoeft dus zeker niet de eigen school te zijn. Meer info via dienst Leefmilieu, leefmilieu@brugge.be of t 050 47 53 80.

Het project Vlinder wordt gefinancierd door de Vlaamse oproep Citizen Science, en werkt samen met heel wat partners, waaronder KMI en Technopolis.


<strong>Persbericht: Zonnepanelen voor het nieuwe beurs- en congresgebouw</strong>
Klimaat, Energie, Milieubeleid

Persbericht: Zonnepanelen voor het nieuwe beurs- en congresgebouw


Op 2 juli 2018 werd het ontwerp en de verdere verwezenlijking van het nieuwe beurs- en congresgebouw inclusief bijbehorende omgevingsaanleg van het bouwteam “Beursgenootschap MBG - Souto de Moura” goedgekeurd en besteld. Dit ontwerp voldoet aan de BEN (Bijna EnergieNeutraal gebouw) vereisten, met name een E-peil van 58, terwijl volgens de BEN-eisen een minimaal E-peil 59 vereist is.

Schepen Minou Esquenet: “Als Stad willen we echter nog verder gaan dan BEN. Daarom zijn we van plan om meer zonnepanelen te installeren dan eerst gepland. Op het dak van het beursgedeelte was een groendak voorzien en het zou een gemiste kans zijn om op dit grote dak geen zonnepanelen te leggen.

Volgens eerste inschattingen kunnen we hierdoor een totale installatie van 215 kWpiek behalen. Een simulatie op basis van het verbruik van de oude beurshal en een toevoeging van een congrescentrum veronderstellen een geschat verbruik van ± 150.000 kWh per jaar. Dit betekent dat er een autoconsumptie (rechtstreeks eigen verbruik) zal zijn van 80% van de productie. Deze plaatsing brengt een extra opbrengt van 7.585 euro per jaar met zich mee. We mogen ook stellen dat we hiermee een reductie van 38 ton CO2 per jaar realiseren.”

Wegens UNESCO-voorwaarden (zonnepanelen niet zichtbaar vanop openbaar domein) is de plaatsing van zonnepanelen in de binnenstad beperkt. Stad Brugge wil onderzoeken of dit via een burgercoöperatie kan verlopen zodat Bruggelingen de kans krijgen om te investeren in zonnepanelen van de stad.

Burgemeester Dirk De fauw: “Dit kan een testcase zijn. Burgers die zelf geen zonnepanelen kunnen leggen, kunnen op deze manier toch participeren in hernieuwbare energie in hun stad. Bij dit voorstel zal Stad Brugge de door de PV-installatie opgewekte stroom aankopen aan de burgercoöperatie aan een prijs die lager is dan de marktprijs. Het overschot van de elektriciteit (dat niet rechtstreeks door het beurs- en congresgebouw wordt gebruikt) wordt op het elektriciteitsnet geïnjecteerd. Als dit systeem van burgercoöperatie werkt, kunnen we later eventueel nog meer zonnepanelen plaatsen op stadsgebouwen met een grote dakoppervlakte.”

 


Meer stadspersoneel op de fiets!<br />
 
Personeel

Meer stadspersoneel op de fiets!
 


Geen eenzame fietsers bij Brugs stadspersoneel…

Goed scorend Stad Brugge blijft duurzamer woon-werkverkeer nastreven

De stadsmedewerker die vandaag voor de fiets kiest voor zijn woon-werkverplaatsing staat niet alleen. ‘We hebben drie keer meer fietsers dan het Vlaams gemiddelde’, zegt schepen Minou Esquenet, ‘ en dat is geen toeval, want we zetten actief in op een zo milieuvriendelijk en gezond mogelijk woon-werkverkeer. Het is ook niet meer dan logisch dat het stadsbestuur het goede voorbeeld geeft: Stad Brugge heeft zo’n 1500 werknemers, verspreid over een honderdtal locaties, en is dus een grote werkgever. De cijfers zijn prima, zo blijkt uit een doorlichting, maar er is ruimte voor groei. In mijn huidige en mijn toekomstige bevoegdheid zal ik erop toezien dat we blijven initiatieven nemen om van onze medewerkers duurzame weggebruikers te maken.’

Onder het motto ‘Meten is weten’ liet het stadsbestuur een ‘Mobiscan’ uitvoeren bij een groot deel van de personeelsleden.

Een Mobiscan is een doorlichting van de vervoersmodus voor het woon-werkverkeer door de eigen medewerkers. Deze wordt uitgevoerd door het Provinciaal Mobiliteitspunt West-Vlaanderen.

De scan lijst op hoe ver de medewerkers van hun werkplaats wonen, welke (al dan niet duurzame) vervoersmiddelen ze gebruiken, en welke maatregelen kunnen genomen worden om hun aantal nog te doen stijgen.

Een eerste vaststelling is dat zo’n 55 % van het personeel van Stad Brugge op maximaal 5 km van zijn standplaats woont.

19% woont tussen de 5 en de 10 km van hun standplaats, en 11% woont verder dan 20 km van hun standplaats.

Als we de modal split (de verdeling van de personenverplaatsingen over de vervoerwijzen) bekijken, zien we dat bijna de helft van de bevraagde medewerkers al de fiets gebruikt om naar het werk te komen.

Een klein percentage (samengeteld zo’n 3 %) doet dat in combinatie met fiets of bus.

Het percentage dat met de eigen wagen komt blijkt ook een stuk lager dan bij de gemiddelde Vlaamse werkgever: waar het in Brugge om 36,45 % gaat is het Vlaams Gemiddelde bijna het dubbel.

Een vergelijkend overzicht waar de modal split tegenover de woon-werkafstand geplaatst wordt, toont waar er nog ruimte is voor een evolutie richting duurzamere verplaatsingen.

Zo blijkt dat 43,7% van de personeelsleden die alleen met de eigen wagen (of te voet of bromfiets) naar het werk komen, op maximaal 5 km van hun standplaats woont.

Van de busgebruikers woont 61% op maximaal 5 km van het werk.

Schepen Minou Esquenet:

‘Dankzij de maatregelen die we al eerder namen is het niet verwonderlijk dat het Brugse stadspersoneel beter scoort dan dat van de meeste andere centrumsteden op het vlak van duurzaam woon-werkverkeer: we hebben drie keer meer fietsers dan het Vlaams gemiddelde, en bijna de helft van het aantal autogebruikers. ‘

De voorbije jaren werden al een aantal initiatieven genomen om het stadspersoneel duurzamer naar het werk te laten komen.

Zo werd beslist fietsvergoeding uit te keren voor elke gereden kilometer (vroeger geplafonneerd tot 5 km per enkele rit), en was Stad Brugge een van de eerste openbare besturen die ook aan gebruikers van speed pedelecs een fietsvergoeding toekende.

Daarnaast werd al sterk geïnvesteerd in betere fietsvoorzieningen, zoals vernieuwde fietsrekken, lockers, kapstokken en een fietspomp voor het personeel van ’t Brugse Vrije en Huis van de Bruggeling.

Het aantal oude dienstfietsen wordt geleidelijk aan afgebouwd en er is een aanbesteding lopende om, samen met de politie, poolfietsen aan te kopen voor dienstverplaatsingen. Door ook elektrische en cargo/bakfietsen aan te kopen proberen we ook het gebruik van de dienstwagens terug te schroeven.

Ook het initiatief van sociale dienst Sodibrug, samen met sociale dienst SOFOCO van het OCMW) voor een groepsaankoop van (elektrische) fietsen mag in dit licht gezien worden.

De invoering van de mogelijkheid tot flex-werken en thuiswerken tenslotte, die in het kader van onze inspanningen rond Het Nieuwe Werken gebeurde, heeft uiteraard ook zijn positieve gevolgen voor het aantal verplaatsingen.

Schepen Esquenet:

‘Met de cijfers van de Mobiscan kunnen we nu nog gerichtere acties ondernemen om de duurzaamheid van het woon-werkverkeer van onze medewerkers nog te verbeteren. Een eerste actie is de deelname volgend jaar aan de Testkaravaan. Het effect hiervan kan blijvend zijn, zo leert ons de reeds opgedane ervaring : het provinciaal Mobiliteitspunt stelde bij werkgevers vast dat er na één jaar een blijvend effect is van 40 % van de deelnemers die de overstap hebben gemaakt naar een duurzamer vervoermiddel’.

Op basis van de schatting van Mobiliteitspunt West- Vlaanderen zouden ongeveer 330 stadsmedewerkers (20% van het totaal) nog kunnen overschakelen naar duurzaam woon-werkverkeer. Op basis van afstand tot het werk geeft dit volgende mogelijkheden:

Potentieel openbaar vervoer

7

Potentieel speed pedelec

41

Potentieel elektrische fiets

51

Potentieel fiets

151

Potentieel te voet

30

Potentieel carpool

50

De Testkaravaan is een actie van het provinciaal Mobiliteitspunt. Ze biedt West-Vlaamse werkgevers gratis de mogelijkheid hun medewerkers gedurende twee weken de kans te geven om een duurzaam vervoersmiddel te testen voor hun woon-werkverkeer.

Daartoe wordt een pool ter beschikking gesteld van elektrische fietsen, speed pedelecs, (elektrische) plooifietsen, elektrische bakfietsen, fietskarren en vouchers voor blue bikes of dag/weekpassen va NMBS/De Lijn. Er wordt voorzien in uitleg bij het gebruik van de vervoermiddelen en er is een verzekering en pechverhelping waarop men gratis kan terugvallen.

Schepen Esquenet:

‘Duurzaam werken, en duurzaam gaan werken, moet een evidentie worden bij Stad Brugge. Ik zal zelf alvast bij de eersten zijn om het traject Lissewege-stadscentrum met de elektrische fiets uit te testen.‘


Ziekteverzuim bij stadspersoneel: voor het eerst in jaren dalende trend
Personeel

Ziekteverzuim bij stadspersoneel: voor het eerst in jaren dalende trend


In 2017 bedroeg het ziekteverzuim bij het stadspersoneel 8,31%. Na een jarenlange stijging, is er een merkbare kentering ingezet, zo blijkt uit de recentste cijfers. Opvallende cijfers: het totale aantal ziektedagen daalde van 36630 naar 35096. Er is een opmerkelijke daling bij de groep ambtenaren tussen 50 en 60 jaar, waar het aantal afwezigheden wegens ziekte of ongeval daalde van 16516 in 2016 naar 15584 in 2017. Verder is 30% van de werknemers nooit ziek, een cijfer dat weliswaar al 3% beter is dan in 2016 maar toch nog mager uitvalt vergeleken met de privésector waar 54% van de werknemers nooit ziek is.

We hebben de voorbije tijd hard gewerkt aan een positief aanwezigheidsbeleid, dat zowel een proactief als een reactief luik heeft. Bovendien hebben we sterk geïnvesteerd in goede werkomstandigheden voor onze medewerkers. Daarnaast wilde ik ook een strakkere opvolging en een instrument om dit te doen. Dankzij samenwerking tussen de dienst Personeel en Organisatie en onze recent in dienst genomen dataminer, kunnen we verfijnder tellen en onze diensten regelmatiger voorzien van cijfers.

Het dalende cijfer maakt duidelijk dat onze inspanningen vruchten beginnen op te leveren.

 


BEDRIJFSBEZOEK: MARINE HARVEST PIETERS
Tewerkstelling

BEDRIJFSBEZOEK: MARINE HARVEST PIETERS



Brugge heeft gedreven ondernemers, dat kon ik eens te meer vaststellen bij mijn bezoek aan Marine Harvest Pieters. Het van oorsprong Brugse visbedrijf is een gevestigde naam in onze stad, en een van de grotere spelers op de markt van voorverpakte vis in België en Nederland. Met zijn 270 werknemers, waarvan ongeveer de helft arbeiders, is het bovendien een belangrijke werkgever in Brugge.
Ik vond het bijzonder aangenaam te horen dat men ook in dit beursgenoteerde bedrijf wil inzetten op duurzaam ondernemen: alle aspecten van het productieproces worden hierop getoetst, tot het gebruikte verpakkingsmateriaal toe.
Als schepen van tewerkstelling ben ik heel trots op deze grote Brugse speler op de internationale markt!


OOK OP ZATERDAG INZET VOOR EEN PROPER EN ONKRUIDVRIJ BRUGGE
Personeel

OOK OP ZATERDAG INZET VOOR EEN PROPER EN ONKRUIDVRIJ BRUGGE



In de gemeenteraad van 27 juni hebben we beslist dat de 150 groen-medewerkers van onze stad vanaf nu ook op zaterdag aan het werk kunnen om Brugge onkruidvrij te houden. Van april tot november zult u dus 6 dagen op 7 stadsmedewerkers op straat aan het werk kunnen zien.

Deze wijziging past in het flex-werken dat Stad Brugge invoert, waarbij we onze dienstverlening in elke situatie op het juiste moment en op de juiste plaats willen inzetten, ten dienste van de Bruggeling.


PERSTEKST: ABSENTEÏSMECIJFERS STAD BRUGGE 2017
Personeel

PERSTEKST: ABSENTEÏSMECIJFERS STAD BRUGGE 2017


In 2017 bedroeg het ziekteverzuim bij het stadspersoneel 8,31 %. Na een jarenlang aangehouden stijging, is er een merkbare kentering ingezet, zo blijkt uit de recentste cijfers. De grootste daling doet zich voor in de middellange afwezigheden, die dalen met bijna 20%. Het aantal personeelsleden van het stadsbestuur bleef – met 1519 medewerkers - nagenoeg gelijk ten opzichte van 2016.

Stad Brugge schakelde voor de rapportering van het ziekteverzuim de in juni 2017 aangeworven Specialist Datamining in. Sinds eind januari 2018 is deze rapportering ook klaar. Resultaat is een uitgebreide en automatische rapportering op basis van de registratie van de ziektebriefjes in de HR-software. Gevolg is dat de berekende cijfers niet alleen veel uitgebreider zijn, maar ook een stuk accurater.

De grootste daling is te situeren in het kort en middellang verzuim. Deze afwezigheden zijn zeer belastend voor de diensten, omdat vervanging dan niet altijd mogelijk is, en de extra werklast op de collega’s terechtkomt. Een daling is dan ook extra goed nieuws voor de kwaliteit van de dienstverlening.

Nog opmerkelijke dalers zijn de groep ambtenaren tussen 50 en 60 jaar, waar het aantal dagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval daalde van 16516 in 2016 naar 15584 in 2017.

Schepen van Personeel Minou Esquenet is tevreden met de trendbreuk, én met de nieuwe en accurate manier van registreren. Ook wil ze in 2018 volop verder inzetten op een positief aanwezigheidsbeleid. De cijfers zijn immers nog altijd voor verbetering vatbaar. Zo is bijvoorbeeld 30% van de medewerkers nooit ziek, een cijfer dat weliswaar al meer dan 3% beter is dan in 2016, maar dat mager uitvalt vergeleken met de privésector waar 54% van de werknemers nooit ziek is.

Schepen Minou Esquenet:

‘Een sterke en hedendaagse organisatie staat of valt met gezonde en dynamische medewerkers. Ze moeten zowel fysiek als mentaal goed in hun vel zitten, je moet als werkgever dus kijken naar het volledige facet van de mens. Dat is de combinatie die we proberen te maken, voor al onze medewerkers. Daarnaast geloof ik heel sterk in de kracht en het belang van goede leidinggevenden, daarom besloten we ook stevig te investeren in leiderschapstrajecten. Ten slotte wilde ik een strakkere opvolging én een instrument om dit te doen. Dankzij samenwerking tussen P&O en onze recent in dienst genomen dataminer, zal ik 6-maandelijks kunnen rapporteren over deze cijfers. Ook zullen we maandelijks elke dienst voorzien van cijfers, wat de leidinggevende moet helpen beter in te spelen op eventuele problemen. Ik voel me sterk gesteund door deze eerste kentering in onze ziekteverzuimcijfers. We tellen verfijnder en de cijfers dalen. Goed meten is het begin van elk goed beleid. De trendbreuk maakt in elk geval duidelijk dat onze inspanningen vruchten beginnen op te leveren.’

Een andere pijler van het positief aanwezigheidsbeleid is het actieplan rond aanwezigheden, dat in 2018 volledig ontplooid wordt.

Het plan bestaat uit vier grote pijlers. Het eerste luik is preventief: voorkomen is beter dan genezen. Daarom nemen we acties voor een gezonde voeding in een gezond lichaam. We nemen sportinitiatieven en communiceren over een gezonde levensstijl. Ook zetten we in op leiderschapsontwikkeling, en zijn we volop bezig met een betere loopbaanbegeleiding voor al onze medewerkers. Een Netwerk van Vertrouwenspersonen moet ervoor zorgen dat iedereen met zorgen ergens terecht kan. Daarnaast hebben we voor de uitwerking van het preventief beleid een consulent psychosociaal welzijn aangeworven. Deze maakt deel uit van het onafhankelijke IDPBW (Interne Dienst Preventie en Bescherming op het Werk) en is ook in eerste lijn beschikbaar om zowel medewerkers individueel als diensten en teams te begeleiden.

Een tweede pijler is de aanpak van grijs en zwart verzuim (onterechte afwezigheid). We drijven het toezicht op de naleving van procedures op, gaan gericht controleren, maar laten dit gepaard gaan met zorggesprekken om te achterhalen waarom iemand onterecht thuis blijft.

Een derde aanpak gaat over acties rond wit verzuim (effectieve afwezigheid). Met al onze zieken proberen we contact te houden via mail, telefoon of een kaartje. Bij terugkeer na langdurige ziekte willen we meer zorg besteden aan gesprek en zorg voor de risico’s bij werkhervatting.

‘4,3% van onze medewerkers zijn langdurig ziek, langer dan een jaar dus. Het zijn de enige cijfers die gestegen zijn, en ze zijn dus niet goed. We weten als werkgever niet altijd om welke ziekte het gaat, maar weten wel dat ook bij ons het aantal gevallen van burn-out toeneemt. Een burn-out volgt bijna altijd uit een combinatie van fysieke en psychische factoren. We willen in de toekomst ook hierrond graag preventief werken, en risicopersonen detecteren om hen zo vroeger te kunnen helpen.”

Tenslotte focussen we ook op diensten met hoger dan gemiddelde verzuimcijfers, door gerichte werkdrukmeting en risico-analyse. Uit de combinatie van beide observaties volgt dan een aanpak op maat van de dienst in kwestie.

Schepen Esquenet:

‘We werden de voorbije jaren geconfronteerd met steeds stijgende ziekteverzuimcijfers, dus we moesten wel ingrijpen. We hebben de voorbije tijd dan ook hard gewerkt aan een positief aanwezigheidsbeleid, dat zowel een pro-actief als een reactief luikt heeft. Bovendien hebben we sterk geïnvesteerd in goede werkomstandigheden voor onze medewerkers: door de mogelijkheden van flexwerk en telewerk willen we kansen geven om de work-life balans beter te maken, we nemen gerichte sportinitiatieven, en zetten via diverse acties aan om meer te bewegen. Ook initiatieven zoals een verbeterde regeling voor de fietsvergoeding spelen een rol bij het welbevinden van de medewerkers, en onrechtstreeks bij de ziektecijfers. We moeten allemaal langer werken, dus moeten we dat ook mogelijk én leefbaar maken. Ons doel is dat medewerkers graag komen werken en dat ze bij twijfel kiezen om aanwezig te zijn.’